Doorgaan naar hoofdcontent

Brussel krijgt de schuld


Brussel bedreigt onze pensioenen, Brussel moet test zuinige auto snel regelen, Brussel heeft een fout gemaakt met reddingsplan voor Cyprus, Brussel geeft honderden miljoenen euro’s voor gehoor Poolse koeien, Brussel maakt onze hypotheken duur, Brussel pakt uw porno af, Brusselse ‘ongekozen bureaucraten’ regeren Nederland, Brussel moet een Europees register voor mensen en bedrijven maken die al zijn veroordeeld voor voedselfraude, Brussel had vandaag sombere cijfers over Europa en Nederland, Brussel legt bonussen bankiers aan banden, en zelfs: Brussel met Fyra niet bereikbaar.
Zo maar een greep uit nieuwsberichten van de afgelopen tijd.

Kortom Brussel lijkt overal de schuld van te krijgen. De Nederlandse regering, journalisten en opiniemakers wijzen naar Brussel alsof wij daar volledig buiten staan en niets in te brengen hebben.









Zou Brussel ooit zo in ons woordenboek komen?
Ik hoop het niet.

In mijn column van vorige week heb ik – voor onze Tweede Kamerleden – de verschillende politieke Europese instellingen op een rijtje gezet. Omdat ik opmerkingen kreeg over ‘zij in Brussel’ ga ik vandaag in op hoe Europa besluiten neemt.

De Europese Unie doet namelijk heel veel om Europeanen – en dus zeker ook Nederlanders – te betrekken bij het tot stand komen van besluiten. Als indiener van nieuwe initiatieven gaat de Commissie na wat de gevolgen voor economie, samenleving en milieu zijn. Ze raadpleegt ook belanghebbenden, zoals onafhankelijke organisaties, lokale overheden en vertegenwoordigers van de industrie en het maatschappelijk middenveld; of indien nodig advies van deskundigengroepen.

Burgers, bedrijven en organisaties kunnen aan de raadpleging deelnemen via de website Openbare raadplegingen. En onze Tweede Kamer kan formeel hun eventuele bedenkingen kenbaar maken, als zij vinden dat een bepaalde zaak beter door de lidstaten zelf kan worden geregeld.

Het Europees Parlement (met Nederlandse Europarlementariërs) en de Raad (met altijd een Nederlandse minister) buigen zich over de voorstellen van de Commissie en kunnen met wijzigingsvoorstellen (amendementen) komen. Soms zijn er meerdere behandelingen nodig. Het Parlement kan het voorstel tegenhouden als er geen overeenstemming met de Raad wordt bereikt.  Als Parlement en Raad een compromis bereiken, wordt het voorstel goedgekeurd.

Dit is een verkorte versie. Wat opvalt, is hoeveel mensen, organisaties en politici betrokken zijn voordat er een besluit valt. Het democratisch gehalte is hoog.

Maar blijkbaar blijven er mensen die het – na een uitgebreid democratisch proces – niet eens zijn met de uitkomst of met een besluit. Zij willen hun tegenstem laten horen. En geven ‘Brussel’ de schuld. Maar weten dat zij nat gaan als zij één Europese instelling zouden beschuldigen. Daarom dat ge-Brussel.

Ik hoop dat je dit de komende tijd realiseert als je een nieuwsbericht op opiniestuk leest met ‘Brussel’ in de titel. Als jij en ik - wij dus - dat doen, dan zal Brussel nooit als 'tekortkoming of verkeerde daad' in ons woordenboek komen.

Groet,
Bert Sonneveld
Politiek columnist, Europa-expert en CDA-lid




Reacties