Doorgaan naar hoofdcontent

Werkloosheid en banen; en politici

Siciliaanse zoutwinning - 5


Zijn politici verantwoordelijk voor stijging van werkloosheid?
Ja.

Kunnen politici banen scheppen?
Nee.

Hoe zit dit, zal je je afvragen. Laat me het uitleggen.


Sinds Rutte is aangetreden als minister-president is de werkloosheid in Nederland explosief gestegen. Onder zijn voorganger waren we nog kampioen van Europa met de laagste werkloosheidcijfers.

Maar de laatste drie jaar hebben allerlei landen ons ingehaald. Er zijn nu vier landen met een lager werkloosheidpercentage: Oostenrijk, Malta, Luxemburg en – het grote – Duitsland.
In Nederland hebben wij nog steeds te maken met een stijgende werkloosheid. Terwijl het werkloosheidpercentage in veel landen nu daalt: naast de eerder genoemde landen, gebeurt dat in onder andere Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, de Baltische landen en Ierland.
En als we naar de trend kijken, is het nog dramatischer gesteld. De voorsprong op landen als België, Tsjechië, Zweden, Finland en Frankrijk slinkt met de dag.

Al deze landen hebben toch ook te maken met dezelfde wereldeconomie?

Zijn politici verantwoordelijk voor stijging van werkloosheid?
De politiek is wel degelijk verantwoordelijk te houden voor de stijging van werkloosheid. Het economische mechanisme dat dit verklaart, is: politieke onrust veroorzaakt minder consumenten- en productenvertrouwen, dat op zijn beurt zorgt voor lagere economische groei en minder werkgelegenheid.

De VVD van Rutte is na het mislukken van de ene gedoogconstructie bewust – samen met de PvdA – in een tweede gedoogcontructie gestapt; onze huidige regering heeft – zoals bekend – geen meerderheid in de Eerste Kamer.
Echter, het grootste probleem is dat er geen gedoogpartij is.

Het gevolg van het missen van een meerderheid in de Kamers der Staten Generaal is dat bij het indienen van een wet veel vraagtekens te zetten zijn;  kortom er blijft onrust.
Datzelfde geldt bij het afsluiten van akkoorden (sociaal, zorg, energie, onderwijs, etc.). Wat zijn deze akkoorden waard als het zeer onduidelijk blijft of de afspraken wel omgezet worden in wetgeving?

Deze door VVD en PvdA veroorzaakte onrust heeft – zoals blijkt uit de cijfers – invloed op het consumentenvertrouwen (en daarmee de consumptie) en productenvertrouwen (en daarmee de investeringen). Met economische krimp (of recessie) en stijgende werkloosheid tot gevolg.
Dit zien we niet in de ons omringende landen. Vandaar dat daar de werkloosheid daalt of veel minder stijgt.

Kunnen politici banen scheppen?
Het paradoxale is dat de politiek wel invloed heeft op banenverlies, maar veel minder invloed heeft op banencreatie. Dat heeft vooral te maken met het vertrouwen dat te voet komt en te paard gaat.

Marike Stellinga schreef afgelopen zaterdag in haar NRC-column dat overheidshulp werkgelegenheid vaak in de weg zit in ‘Politici scheppen geen banen’.

Het enige dat de politiek kan doen is om de hindernissen – voor dat vertrouwens-paard – weg te halen. Voorbeelden daarvan zijn het zorgen voor een goed werkende arbeidsmarkt, het verlagen van de (marginale) inkomstenbelasting en het verminderen van de administratieve lastendruk.
Laat dit nu ook net de punten zijn waar het CDA op inzet: banen, banen, banen.

Dus?
Het kabinet zal snel moeten zorgen voor een meerderheid in de Eerste Kamer. Op eigen kracht zal dat – gezien de peilingen – niet gaan lukken. Dus zal er een politieke ‘New Deal’ moeten komen. En dat moet verder gaan dan alleen een overeenstemming over de begroting 2014.
Daarmee zal er rust komen.

Die rust kan er ook nog sneller komen als het kabinet kiest voor banen, banen, banen in plaats van een keuze voor nog verregaander nivelleren.
Want van economische groei en minder werklozen; daar worden wij – Nederlanders – blij van.

En als jij nog vragen of opmerkingen hebt, dan hoor of lees ik die graag.

Bert Sonneveld
Econoom | Europa | CDA-lid


Reacties